Beertje krijgt zijn eerste opdracht

De volgende dag is Beertje al vroeg uit de veren. Vlug stopt hij zijn knuffel in de tas die straks meegaat.

Samen met zijn mama, papa en oma gaat hij naar de bus. Daar aangekomen, zien ze dat er al beren verzameld zijn.

“Hallo, ik ben Rietstengel en ik ben een van de begeleiders van dit kamp. Wat is jouw naam, jongeman?” vraagt ze Beertje.

“Ik ben Beertje de Beer”, groet Beertje Rietstengel. Beer Rietstengel kijkt op haar lijst: “Dan zit jij in mijn groep”, zegt ze tegen Beertje. “Dit zomerkamp telt 20 leden en jullie worden per vijf ingedeeld. Kijk, daar staat beer Fladder. Ga alvast kennis maken. Hij zit in dezelfde groep als jij, Beertje.”

Even later sluiten beer Pruim en Lolbroek zich bij de groep aan. Plots kijkt iedereen in de richting van de mooiste auto die Beertje ooit gezien heeft. Er staat zelfs een vlag op die vrolijk wappert. Even later stappen een enorme vaderbeer uit en een vrolijk lachende mamabeer. Dan stapt er een schuchter beertje uit.

“Bah, Pluimalie gaat ook mee. Ik moet die niet”, zegt Pruim naast hem.

Lolbroek begint zacht te lachen: “Die kunnen we weer lekker pesten.”

De grote beer komt naar zijn papa toe. “Dag Brom, dag Hoop, dit is mijn vrouw Kir en mijn dochter Pluimalie”, zegt hij terwijl ze elkaar de hand schudden.

“Dag meneer Grizzly en mevrouw. Dag jongedame”, groet Beertjes papa terwijl Pluimalie achterover valt.

Als meneer Grizzly Pluimalie op haar voeten helpt, trekt Beertje aan oma’s rok en neemt haar mee waar niemand hen kan horen.

“Oma, Lolbroek en Pruim willen Pluimalie pesten. Ze zitten op dezelfde school.”

“O, dat zou jammer zijn. Het zijn wel lieve mensen, ze hebben hun pakje ellende wel gehad. Dat is trouwens de directeur van de fabriek waar je papa werkt. Hij leidt zijn bedrijf op een heel rechtvaardige manier.”

“Wat moet ik doen om er een leuk kamp van te maken?” vraagt Beertje bezorgd.

“Wat heeft de Gouden Kroon gisteren gefluisterd toen we mediteerden?” vraagt ze.

“Vertrouw op jezelf, wees niet bang voor het nieuwe”, zegt Beertje.

“Goed, ga naar je vriend, de Gouden Zon, en vraag zijn hulp. Je bent nooit alleen, er is altijd hulp uit de Aquariusschool bij je.”

Beertje sluit even zijn ogen en roept zijn vriend, de Gouden Zon. “Mijn vriend, Beertje, wat kan ik voor je doen?” Beertje vertelt aan zijn vriend wat hij zojuist heeft gehoord.

“Ja, ik weet het. Wij leraren van de Aquariusschool zien en weten alles”, zegt die. “Weet je nog wat je deed met beer Boelzoeker in mijn klas. Je mag precies hetzelfde doen. Je mag ons, de leraren in de Aquariusschool, helpen het pesten te stoppen voor Pluimalie en haar leren groot en sterk te zijn. Er is al extra hulp onderweg.” En weg is zijn vriend.

Beertje kijkt naar zijn oma. Ze aait hem over zijn bol en zegt met iets van fierheid in haar stem: “Dit is je eerste opdracht uit de Aquariusschool en gebruik de rozen op kamp. Dat werkt zeer goed tegen pesterijen.”

Beertje denkt aan de klas van zijn vriend, de Gouden Zon. En prompt zit hij in zijn Gouden Zon, zijn terrein netjes afgebakend.

Beertje laat nu de Gouden Zon in zijn hart nog groter worden en straalt dan de energie van zijn vriend uit naar alle deelnemers en begeleiders van het zomerkamp. “Lieve beren, ik breng jullie de Gouden Zon zodat je licht en liefde bent.” En Beertje zet hen allen in hun Gouden Zon.

Wanneer hij zijn ogen opent ziet Beertje dat Grizzly naar hem staat te kijken. De beer knikt goedkeurend.

“Oma, kent meneer Grizzly de Aquariusschool? Hij kijkt zo raar naar mij. Precies of hij weet wat ik zojuist gedaan heb.”

“Hij kent de Aquariusschool niet. Grizzly is nog nooit uit het berenbos geweest. Omdat hij echter altijd rechtvaardig is en in zijn onvoorwaardelijke liefde staat tegenover iedereen, krijgt hij op zijn manier hulp van het departement Universeel Licht. Hij is zeer wijs, hij hoeft niet te weten wat jij gedaan hebt. Hij ziet dat je in het licht staat en werkt. Als geen ander kent hij de schoonheid van het hart”, antwoordt oma. “Kom, we gaan terug.”

“Iedereen is er”, roept Rietstengel door een luidspreker. “Neem afscheid alstublieft en stap dan de bus in.”

Beertje geeft zijn oma, mama en papa een knuffel en een zoen, en stapt de bus in. Hij zoekt een plaats aan het raam zodat hij nog even kan zwaaien als de bus vertrekt.

“Oei,” denkt Beertje, “ik zit aan de verkeerde kant en die plaatsen zijn al ingenomen.”

Plots tikt papa Brom op het raam waar Beertje zit. Hij zwaait en trekt zowaar een gek gezicht naar hem. Beertjes hart slaat hier wel een beetje sneller door.

Pluimalie komt naast hem zitten. Beertje schuift een beetje op, zodat ze ook kan zwaaien naar haar mama en papa.

De deuren van de bus gaan dicht. Mama’s en papa’s zwaaien en de berenkinderen zwaaien vrolijk terug.

Beertje haalt zijn knuffel uit zijn tas en laat hem ook zwaaien naar mama, oma en papa. En zijn papa Brom steekt zowaar zijn duim omhoog. Voordat de anderen het merken stopt Beertje vlug zijn knuffel terug in zijn tas en zwaait voor de laatste keer naar de achterblijvers.

“Dank je, Beertje, dat ik naast jou mag zitten en dat je me niet omver blaast”, zegt Pluimalie met een fijn stemmetje.

“Graag gedaan. Hoe komt het eigenlijk dat je zo gemakkelijk omver valt?” vraagt Beertje.

“Dat weet ik niet. Ik vind het in elk geval niet leuk. Op school word ik daar vaak mee gepest en ik wou dat het pesten voor eeuwig en altijd stopte. Het antipestbeleid op school helpt voor mij niet. Telkens als ik pesten meld, krijg ik de volle laag van de pestkoppen als de leerkrachten het niet zien. Twee leerkrachten zeiden eens dat ik een verwend nest ben dat tegen niets kan. Dat ik het zelf uitlok.”

Beertje kijkt Pluimalie aan en vraagt dan: “Pluimalie, ben jij groot en sterk?”

“Ik denk het niet, Beertje, anders zou ik toch niet telkens omvergeblazen worden als er iemand blaft naar mij”, antwoordt Pluimalie.

“Blaffen is nu toch een groot woord hé, Pluimalie. Je viel al achterover toen mijn papa Brom jou een goeiedag zei. Mijn papa is nochtans een prima beer en doet nog geen vlieg kwaad. Ik weet zeker dat hij nooit de bedoeling had om jou omver te blazen. Mag ik jou leren om groot en sterk te worden?”

“Hoe zou jij me dat kunnen leren?” vraagt Pluimalie verbaasd.

“Door je mee te nemen naar de Aquariusschool. Het eerste wat je daar leert is groot en sterk te zijn. Als ik je help, wil je het dan proberen?” vraagt Beertje.

“De Aquariusschool?” vraagt Pluimalie met gefronste wenkbrauwen. “Wat voor school is dat?”

“Dat is de school van opgang en groei, en ze helpt eenieder die kiest voor de weg van het licht. De school vertrekt altijd vanuit je hart. Via Universele Meditaties pakken we met de scheppingskracht al onze problemen aan. Mijn hele leven is zo mooi veranderd sinds ik door de poort van de Aquariusschool stapte. Ik weet zeker dat daar een oplossing ligt voor die pesterijen. Wil je het proberen, Pluimalie?”

Pluimalie kijkt Beertje heel ernstig aan: “Jij praat op een speciale manier, Beertje. Je weet echt waar je het over hebt hé. Ik ben nog geen enkele keer omver gevallen terwijl ik naar je luisterde. Ja, ik wil het proberen.”

“Oké, zet je voeten heel stevig op de grond en denk aan een boom die jij graag zou zijn. Wees nu die boom, Pluimalie. Bij mij gaat dit het best als ik mijn ogen dicht doe”, zegt Beertje.

Pluimalie doet wat Beertje vraagt. “Ja, ik heb een boom”, zegt ze zacht.

“Laat nu uit je voeten wortels diep de grond ingaan en op je hoofd ontstaat de kruin van de boom. Je lichaam is de stam. Wees nu gewoon die boom en kijk wat er gebeurt.”

Even later doet Pluimalie haar ogen open. “Beertje, ik heb niet de boom die ik wilde. Deze boom heeft geen wortels, als de wind langskwam viel hij om. En de takken hangen allemaal naar beneden. De boom vindt dit niet leuk en is heel verdrietig.”

“Wel, Pluimalie, oefen dan maar in boom worden, met diepe wortels en een prachtige kruin. De boom die jij wilt zijn. Als je dat kunt, leer ik je hoe je voor je boom kunt zorgen.”

“Ik wil echt groot en sterk zijn, Beertje.” En prompt sluit Pluimalie haar ogen en gaat opnieuw aan de slag.

Beertje sluit ook zijn ogen en roept zijn vriend, meester Witte Roos. “Witte Roos, ik vraag wat er voor zorgt dat Pluimalie telkens omvalt, stop te zetten.”

Terug naar de inhoud